Zamioculcas

Zamioculcas is een stoere plant en een onbaatzuchtige kameraad die niets pretendeert, weinig vraagt en het maximale geeft. De Zamioculcas groeit gestaag door, of de omstandigheden nu ideaal of zelfs slecht zijn. De reden zijn de bladstengels. In de bladstengels, die dik en leerachtig zijn, slaat Zamioculcas zijn reservewater op waar hij lang op kan teren.

Van origine groeit de plant op de laaglanden of aan de voet van hooglanden in Kenia, Zimbabwe, Tanzania en Malawi waar water niet altijd vanzelfsprekend is. Bij een goede verzorging kan de Zamioculcas bloemen ontwikkelen en snel groeien.

Herkomst

Zamioculcas zamiifolia behoort tot de familie van de Araceae, de arondskelkachtigen. Het is een vaste plant met geveerde bladeren die 40 tot 60 cm lang worden. De bladeren aan de dikke stengels zijn glad, glanzend en donkergroen. De plant kan bloeien, maar doet dat binnenshuis zelden, alleen bij sterke verwaarlozing. De aronskelkachtige bloemen groeien vanaf de basis van de plant.
De betekenis van de naam is lastig te herleiden. Culcas is een oude naam voor een ander geslacht Colocasia. De soort zamiifolia heeft bladeren die gelijken op de Zamia-varens, de naam is een samentrekking van die twee. Hij wordt ook wel de ZZ-plant genoemd, als afkorting van de wetenschappelijk naam. Omdat de plant pas sinds 1996 tot het woonplantassortiment behoort, is er nog geen specifieke symboliek aan verbonden. Gezien zijn onverwoestbaarheid zijn trefwoorden als 'kracht', 'overlever' en 'doorzetter' echter heel toepasselijk.

Verzorging

Zamioculcas is een 'easy care' product en kan veel hebben. Qua standplaats gedijt hij oop zowel een lichte plek als half schaduw. Kamertemperatuur van 18-22°C is prima, de plant mag niet te koud staan, al doet hij daar over het algemeen ook weer niet heel moeilijk over. Het enige waar Zamioculcas echt niet tegen kan is een voetbad. De kluit mag tussen gietbeurten door iets indrogen, de plant heeft sterke succulente eigenschappen in blad en wortels om een droge periode mee te overbruggen. Eens in de maand wat plantenvoeding geven, het blad regelmatig sproeien met lauw water. Eventueel kunnen oude bladeren worden verwijderd, bij voldoende licht zullen zich nieuwe veren (bladeren) vormen. In de zomer, wanneer de temperatuur niet meer beneden de 12 °C komt, kan de plant ook in de tuin of op het terras. Wel oppassen voor felle zon. De plant is alleen ter decoratie en niet geschikt voor consumptie.